Forum discussie

Opvang T3 slachtoffers in ziekenhuis.

  • Onderstaand bericht kwam bij ons binnen vanuit het MMC Veldhoven na de oefening ZIROP/GGB op 17 juni 2017.

    Ik wil dit graag ook met jullie delen:

    Kanttekeningen bij de opvang van de

    T3-slachtoffers in het model GGB (grootschalige geneeskundige bijstand)

    In het model GGB zoals dat vorig jaar is ingevoerd, worden de T3’s (zowel gewonde als niet gewonde lopende slachtoffers) opgevangen door het Noodhulpteam (NHT) van het Rode Kruis. Dit gebeurt onder aansturing van de geneeskundige kolom, i.e.z. de Taakverantwoordelijke secundaire triage (TV2) op de T3-opvanglocatie.

    Het NHT (her)trieert m.b.v. ‘sort’ de binnenkomende slachtoffers. Slachtoffers die alsnog T1 of T2 blijken te zijn worden direct doorverwezen naar de TV2 en gaan vervolgens naar een ziekenhuis.

    Slachtoffers die niet gewond zijn verlaten de T3-opvang weer, zij worden gewezen op de website “Ik ben veilig” en (indien ingezet) op de mogelijke opvang door Bevolkingszorg.

    Slachtoffers die daadwerkelijk triage T3 krijgen worden in de T3-opvang behandeld door het NHT, d.w.z. dat er eerste hulp wordt verleenden ook zij worden gewezen op de website “Ik ben veilig” .

    De TV2 is medisch eindverantwoordelijk in de T3-opvang. In bv. het district NML is intussen bepaald dat àlle slachtoffers gezien moeten worden door de TV2. Dit is echter (nog) geen landelijk credo. De TV2 bepaalt of een slachtoffer nog verdergaande medische zorg nodig heeft, bv. door een huisarts of in een ziekenhuis (denk aan slachtoffers met botbreuken, hechtwonden, hoofdletsel, oogletsel etc.). Deze groep kan niet naar huis of naar de gemeentelijke opvanglocatie (Bevolkingszorg) worden gestuurd met het advies ‘als u er morgen nog last van heeft dan gaat u naar de eigen huisarts’, sterker nog voor een aantal verwondingen is het essentieel dat er binnen 6 uur wordt behandeld.

    Tot op heden is niet helder door wie en waar deze laatste groep wordt opgevangen in afwachting van vervoer naar, in het algemeen, een ziekenhuis en wie er verantwoordelijk is voor de organisatie van dit vervoer. Ook is niet helder hoe en door wie het ziekenhuis (en/of de huisartsenpost) wordt geïnformeerd dat er T3-slachtoffers komen en wie de overdracht doet van deze T3-slachtoffers aan de zorgprofessional in het ziekenhuis.

    In oefeningen wordt geëxperimenteerd met een gezamenlijke opvang van gewonde T3’s en niet gewonden die tijdelijk moeten worden opgevangen. Dit levert nog veel vragen op t.a.v. de command & control (zowel de witte als de oranje kolom zijn hierbij betrokken). Specifiek voor de hier beschreven doelgroep is in de oefensituatie gebleken dat de gemeentelijke opvang vooralsnog niet is toegerust voor het tijdelijk opvangen van gewonde T3’s in afwachting van vervoer naar het ziekenhuis / de huisartsenpost. Het enkel inzetten van een (huis)arts op de gemeentelijke opvang zet hier weinig zoden aan de dijk omdat deze slachtoffers aangewezen zijn op medische beeldgeving en behandeling in een ziekenhuis.

    Opvang van een dergelijke (groeiende) groep van T3’s (in afwachting van vervoer) door het NHT is niet wenselijk omdat daarmee het primaire proces van het NHT wordt verstoord, bovendien is hier bij gebruik van de NHT-tent helemaal geen ruimte voor.

    Helaas zijn de ziekenhuizen niet of nauwelijks betrokken geweest bij de ontwikkeling van het model GGB. Het is ontstaan vanuit de (legitieme) behoefte van de RAV’s om zich te kunnen focussen op de zwaarst gewonden. Het lijkt erop dat dit geresulteerd heeft in een vertaling naar de ziekenhuizen waarbij er vanuit is gegaan dat ook de ziekenhuizen ‘last hebben’ van de T3’s en dat de zorg voor deze slachtoffers ook in het ziekenhuis ten koste zou gaan van de zwaarst gewonden. Waren de ziekenhuizen nauwer betrokken geweest bij de ontwikkeling van het model GGB dan was direct helder geweest dat ziekenhuizen als sinds vele jaren een wettelijke verplichting hebben om aantoonbaar voorbereid te zijn op de opvang van grote aantallen slachtoffers, dat elk ziekenhuis dit scenario heeft uitgewerkt in een Ziekenhuisrampenopvangplan (ZiROP) en dat dit regelmatig beoefend wordt. De zwaarst gewonden volgen hierbij een andere route dan de T3’s. De zwaarst gewonden worden opgevangen en gestabiliseerd op de SEH, de T3’s over het algemeen op een dagbehandeling of grote polikliniek. De mensen, materialen en locaties die voor de opvang van de T3’s in het ziekenhuis worden ingezet ‘drukken’ daarbij niet of nauwelijks op de zorg voor de T1’s en T2’s.

    Met de invoering van het model GGB vrezen we dat de T3-slachtoffers een onnodig lange hulpverleningsketen gaan doorlopen met alle gevolgen van dien. Vanuit het perspectief van de ziekenhuizen zijn er een aantal prangende vragen:

    • Moeten de ziekenhuizen de behoefte aan opvang van T3’s bijstellen? Onnodige inzet van personeel is kostbaar en het onnodig vrijmaken van ruimtes is onwenselijk.
    • Wat wordt de verwachte aankomsttijd (ETA) in het ziekenhuis van de T3’s die gezien zijn in de T3-opvang en nog ziekenhuiszorg nodig hebben? M.a.w. gaat het ziekenhuis te maken krijgen met een verlengde inzettijd voor de opvang van T3’s?
    • Wie regelt het vervoer van de T3’s naar het ziekenhuis? Hoe en door wie wordt het ziekenhuis hierover geïnformeerd en wie draagt op welke wijze deze slachtoffers over?
    • Wordt de gewondenkaart gebruikt voor deze groep? Wie zamelt waar de stroken hiervan in?
    • Wat is er afgestemd met de huisartsenposten, tot nu toe ontlasten zij de ziekenhuizen met name door de opvang van reguliere patiënten. Gaan zij nu T3’s opvangen, zijn ze daarvoor uitgerust en wat is in dat geval afgestemd tussen ziekenhuis en HAP?
    • Hoe verhoudt “Ik ben veilig” zich tot het SIS, wat moet het ziekenhuis hierover weten en communiceren?
    • Welke afspraken zijn er in Brabant t.a.v. het beoordelen van àlle slachtoffers op de T3-opvang door de TV2? Kunnen de ziekenhuizen er vanuit gaan dat elk binnenkomend T3-slachtoffer (uit de T3-opvang) gezien is door een zorgprofessional?

    Marijke Koekkoek

    Coördinator Crisisbeheersing / Adviseur Integrale Veiligheid