Nieuwsbericht

Noord-Brabant en Limburg: 2 zorgnetwerken, 1 kwartiermaker

7 september 2017 | 4 minuten lezen

Regionale zorgnetwerken zijn een belangrijk onderdeel van de aanpak van antibioticaresistentie. Begin mei dienden alle 10 regio’s hun subsidieaanvraag in. Daarmee zijn ze nu officieel van start. De regio’s Noord-Brabant en Limburg trekken samen op. Ze kozen voor een gezamenlijke kwartiermaker: Thera Habben Jansen. “Een zorgnetwerk bouw je niet vanachter je bureau.”

Je bent kwartiermaker van 2 zorgnetwerken. Waarom kiezen Noord-Brabant en Limburg voor deze samenwerking?
“Dat was een vanzelfsprekende keuze. De regio’s kennen elkaar goed en delen een aantal belangrijke kenmerken. Het zijn grensregio’s die te maken hebben met grensoverschrijdend verkeer van patiënten en zorgmedewerkers. Daarnaast hebben beide regio’s sterke concentratiegebieden van intensieve veehouderij.

De veegerelateerde MRSA komt in ziekenhuizen in Noord-Brabant en Limburg significant meer voor dan in andere gebieden. Maar nog belangrijker: de regio’s werken al veel samen. Bijvoorbeeld in het project i-4-1-Health, een grensoverschrijdend project van Noord-Brabant, Limburg en Vlaams-Brabant. I-4-1-Health brengt in het grensgebied de aanwezigheid van resistente bacteriën bij zieke en gezonde mensen en bij dieren in kaart. Ziekenhuizen, verpleeghuizen, kinderdagverblijven en de intensieve veehouderij doen mee. Vervolgens kijken de onderzoekers of er verspreiding in de zin van overdracht van bacteriën kan worden aangetoond.

Tegelijkertijd ontwikkelt i-4-1-Health de Infectiepreventie Risico Scan (IRIS) om besmettingsrisico’s of infectierisico’s op een gelijke manier te meten en in beeld te brengen. Overigens ben ik niet langer de enige kwartiermaker van beide netwerken. In Limburg is sinds kort ook de strategisch adviseur van het netwerk acute zorg 1 dag per week betrokken.”

De zorgnetwerken zoeken aansluiting bij de netwerken acute zorg?
“Dat is wel zo praktisch. De netwerken acute zorg hebben 1 keer per halfjaar ROAZ: Regionaal Overleg Acute Zorg. Dan zitten alle bestuurders van relevante instellingen aan tafel. We willen dat overleg ook gebruiken voor het bestuurlijk antibioticaresistentie-overleg. Enige uitdaging is de langdurige zorg te laten aanhaken. Bestuurders langdurige zorg zijn niet vertegenwoordigd in het ROAZ, maar zijn wel een belangrijke partner in de bestrijding van antibioticaresistentie.”

Hoe gaan jullie de bestuurders langdurige zorg betrekken?
“In Limburg heb ik samen met het hoofd van het netwerk acute zorg een ronde gemaakt langs bestuurders in de langdurige zorg, om hun deze vraag voor te leggen. Daar kwam uit dat deze bestuurders lokaal vaak wel in enig verband bijeenkomen. Wellicht zouden dat een soort knooppunten kunnen worden. Dat uit zo’n lokaal verband 1 bestuurder aanschuift bij het ROAZ.”

Hoe ver zijn de zorgnetwerken Noord-Brabant en Limburg nu?
“De opdracht van VWS aan de zorgnetwerken omvat verschillende taken. Maar bovenaan staat ‘een netwerk bouwen’. Dus daar zetten we nu op in. Dat betekent concreet dat ik het halve zuiden doorkruis om alle betrokkenen te bezoeken. Want een zorgnetwerk bouw je niet vanachter je bureau. We hebben een stuurgroep ingericht en een regionaal coördinatieteam (RCT).

Bij de vorming van het RCT liepen we tegen dezelfde uitdaging aan als op bestuurlijk vlak: hoe laten we de langdurige zorg aanhaken. Er zijn zeker specialisten ouderengeneeskunde (SOG) die geïnteresseerd zijn, maar het is nu al 2 keer voorgekomen dat hun instelling ze geen halve dag per week kan missen. Instellingen snappen het belang, en er is ook financiering, maar SOG’s zijn moeilijk te vervangen. Het mooie is dat we nu wel een netwerk opbouwen van SOG’s die intrinsiek geïnteresseerd zijn. Zij zijn waardevol als contactpersoon richting de instellingen.”

En hoe krijgen jullie de huisartsen mee?
“De eerste lijn is in principe een verzameling van individuele huisartsen. Ze werken in een praktijk en maken deel uit van een zorggroep, maar het blijft een versnipperd veld. In beide regio’s hebben we een huisarts voor het RCT gevonden die enthousiast en actief is. En die in een innovatieve zorggroep werkt. Vanuit de RCT’s maken we een plan om hun enthousiasme als een olievlek te verspreiden.”

Rest nog de intensieve veehouderij, die zo kenmerkend voor Brabant en Limburg is.
“De RCT van Noord-Brabant heeft een bijzonder lid: de veterinair adviseur van de GGD, een dierenarts dus. Het eerste wat hij heeft gedaan is samenwerking zoeken met de Gezondheidsdienst voor Dieren. Deze gezondheidsdienst heeft een laboratoriumfunctie voor de dierhouderij. Stel dat een veehouder kampt met sterfte onder vleeskuikens of hoestende varkens, dan stuurt de dierenarts monsters naar de gezondheidsdienst voor dieren. Het RCT-lid kijkt ook hoe de samenwerking binnen de veterinair sector in de regio vorm kan krijgen. De eerste stap wordt samenwerking op het gebied van signalering. Om die gegevens vervolgens te kunnen combineren met data uit de humane sector.”

Hoe gaan jullie nu verder?
“2017 en 2018 zijn pilotjaren. Ons doel is de partijen aan tafel krijgen en de structuur op orde. Op plekken waar mensen al verder zijn, willen we de eerste stappen zetten om het breder te verspreiden. En we willen samenwerking met de veterinaire sector opzetten. Als dat allemaal lukt in die 2 jaar zijn we heel blij. We willen vooral goed gebruikmaken van wat er lokaal al is. Toch gaan we ook nog iets extra’s doen: we willen heel graag aan de slag met burgerparticipatie.

De aanpak antibioticaresistentie komt – terecht – geheel uit de koker van professionals. En die aanpak is behoorlijk directief van aard, met richtlijnen en beperkende maatregelen. Er is nog nauwelijks getoetst wat belanghebbenden – andere professionals én burgers – daar eigenlijk van vinden. Sommige delen van de aanpak kunnen heel ingrijpend zijn voor burgers. Als je drager bent van een resistente bacterie en je woont in een verpleeghuis, word je bijvoorbeeld verzorgd door iemand met een mondkapje en handschoenen. Of je komt bij de koffieronde altijd als laatste aan de beurt. Dat heeft gevolgen voor de manier waarop de cliënten zorg ervaren.

Dragerschap kan dus ook ethische vragen oproepen. Hoe mensen daarover denken willen we met burgerpanels in kaart brengen. Delen van Limburg zijn zwaar vergrijsd. Stel dat uit de burgerpanels blijkt dat ouderen veel moeite hebben met concessies doen. Dan kun je daar met de implementatie van je noodzakelijke beleid rekening mee houden. Natuurlijk gaat dit verder dan de basistaken van de zorgnetwerken. Maar ik merk dat er veel enthousiasme voor bestaat in de regio’s. Mensen krijgen er energie van.”

HomeThema'sProfessionals