Blog

Kijk uit voor de kiloknaller

Kijk uit voor de kiloknaller   ‘Begeleiding van multiprobleemgezinnen, dat doen wij ook, maar dan goedkoper dan veel jeugdzorginstellingen.’ Dat geluid horen wethouders de laatste tijd geregeld. Het komt van instellingen die zich bij hen melden om zich – met de decentralisatie van de jeugdzorg in het verschiet – een plaats te verwerven in het aanbod dat de gemeente over een aantal jaren moet inkopen. ‘Het wordt druk op de stoep van het gemeentehuis’, merkte een wethouder op.

Jeugdzorginstellingen hebben veel multiprobleemgezinnen in behandeling. Het aanbod bestaat vaak uit een brede variatie aan voorzieningen en programma’s, variërend van gezinscoaching tot programma’s met een tijdelijke uithuisplaatsing van het kind.

Die brede variatie is er niet voor niets. De term ‘multiprobleemgezin’ is immers een vergaarbak van een net zo grote variatie aan problematiek: van gezinnen met veel maatschappelijke problemen waar de opvoeding niettemin redelijk verloopt, tot situaties waarin de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd.

Het is interessant dat zich nieuwe zorgaanbieders aandienen met de mededeling dat ze deze gezinnen net zo goed kunnen helpen, maar dan met minder kosten. Waarom zou een gemeente dure hulp inkopen als het veel voordeliger kan? Hoe lager de kosten, hoe meer gezinnen ze voor hetzelfde geld kan helpen. Mooi toch?

Misschien wel, maar misschien ook niet. Het pad van de zorginkoper is namelijk bezaaid met valkuilen. Want hoe weet je nu dat de zorg goed van kwaliteit is?

Veel zorgaanbieders in de sector gedragen zich gelukkig niet als een kiloknaller. Ze verkopen geen plofkippen, maar willen een verantwoord aanbod neerzetten. Veel aanbieders hebben daarom de laatste jaren flink geïnvesteerd om de kwaliteit van de hulp beter te kunnen garanderen en transparanter te maken. En dat willen ze blijven doen.

Hulpvormen worden daarom doorgelicht op de vraag of ze voldoende scherp gericht zijn op de hulpvraag van de doelgroep, of de doelen van de hulp helder zijn en of de aanpak gebaseerd is op de wetenschappelijke kennis over wat werkt bij de doelgroep. Steeds meer uitvoerende professionals worden lid van een beroepsvereniging, zodat ze aan de nodige opleidingseisen voldoen, richtlijnen hanteren voor diagnostiek en uitvoering van de hulp en zich in de toekomst aan tuchtrecht verbinden. Ook krijgen ze een goede supervisie, zodat ze geregeld met wat afstand kijken of ze hun werk naar behoren doen. Om de resultaten van de zorg in beeld te brengen vindt er monitoring plaats van de cliënttevredenheid, de mate van uitval uit de zorg en de mate waarin de doelen worden gerealiseerd en de problemen afnemen.

Prima als zich goedkope zorgaanbieders aandienen, maar vraag ze dan of ze ook zo’n doorgelicht aanbod hebben, werken met geregistreerde uitvoerders en supervisors en resultaten kunnen laten zien. De jeugdzorg heeft immers te maken met gezinnen die aangewezen zijn op deskundige en verantwoorde hulp. Kijk niet alleen naar de prijs, maar vraag ook kwaliteit.

Begrijp me goed, dure zorg van de traditionele zorgaanbieders is niet per definitie goed. Het gaat erom dat aanbieders kunnen laten zien dat de noodzakelijke ingrediënten in de hulp zitten, dat de zorg op een verantwoorde manier tot stand komt en dat de resultaten op tafel zijn te leggen. Het selecteren van aanbieders die dit kunnen leveren vraagt de nodige koopmansgeest. Maar met het stellen van een paar kwaliteitseisen kan het plotseling een stuk rustiger worden op de stoep van het gemeentehuis.

prof. dr. Tom van Yperen, Nederlands Jeugdinstituut

Deze column verscheen eerder in Jeugdkennis.nl, het digitale kennistijdschrift van het Nederlands Jeugdinstituut

Twan Timmermans
Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.