Nieuwsbericht

Intensieve veehouderij en geurhinder

Op 10 november 2016 geplaatst door

Mensen die in de buurt van intensieve veehouderijbedrijven wonen, kunnen gezondheidsklachten ervaren vanwege geuroverlast. Voorbeelden van deze klachten zijn slecht slapen en stressklachten zoals hoofdpijn. Maar mensen kunnen ook hun woning onvoldoende ventileren omdat de ramen niet meer open kunnen of niet meer buiten zitten.

Nu de Wet geurhinder veehouderijbedrijven opgaat in de nieuwe Omgevingswet, biedt dit volgens GGD GHOR Nederland kansen om geuroverlast te verminderen en gezondheidsklachten te voorkomen.

Ruim veertig jaar geleden werd de Wet geurhinder Veehouderij van kracht (Wgv, 1971). Deze wet stelt normen om overmatige geurhinder te voorkomen. In de praktijk werkt het echter niet zo, want de normen werden zodanig gekozen dat ze feitelijk geen belemmering vormen voor uitbreiding van veehouderijbedrijven.

Mensen ervaren bij de huidige normen aanzienlijk meer ernstige geurhinder, dan volgens de Wet geurhinder veehouderij werd verwacht. Dit blijkt uit onderzoek van GGD Brabant/Zeeland en het Institute for Risk Assessment van de Universiteit Utrecht (IRAS). En ter vergelijk: de normen in de Wvg staan meer geurhinder aan veehouderijbedrijven toe, dan wordt geaccepteerd bij bijvoorbeeld industriële bedrijfstakken.

Omgevingswet biedt kansen

Nu de Wet geurhinder veehouderijbedrijven opgaat in de nieuwe Omgevingswet (2019) is dit volgens GGD GHOR Nederland hét moment om verbeteringen door te voeren. Zodat we geurhinder daadwerkelijk verminderen, leefkwaliteit van omwonenden verbeteren en gezondheidsrisico’s kunnen voorkomen.

Met de komst van de Omgevingswet, worden onder meer 26 wetten vervangen, waaronder ook de Wet geurhinder Veehouderij (Wgv). De Omgevingswet zal naar verwachting in 2019 in werking treden en provincies en gemeenten bereiden de invoering voor.

De volgende maatregelen zijn volgens de GGD’en nodig om overlast van geurhinder te verminderen:

  • Pas de normen in de Wet geurhinder Veehouderij (Wgv) aan en neem deze op in de AMvB’s van de nieuwe Omgevingswet. GGD GHOR Nederland pleit er dan ook voor om normen én streefwaarden vast te stellen, waarbij het uitgangspunt is een ‘zo laag als redelijkerwijs haalbare’ geurhinder (alara-principe). GGD GHOR Nederland begrijpt dat geurhinder niet altijd te voorkomen is. Op basis van het wetenschappelijk onderzoek wordt maximaal 20% geurhinder acceptabel geacht in het buitengebied. Dit maximum wordt bereikt bij een individuele geurbelasting van maximaal 5 Ou/m3 (voorgrondbelasting). Voor de bebouwde kom is dan het maximum 2 Ou/m3. Voor de cumulatieve geurbelasting wordt een maximale norm van 5 Ou/m3 in de bebouwde kom en van 10 Ou/m3 acceptabel geacht.

    Ook bij het verlenen van vergunningen aan veehouders passen gemeenten dit ‘laag als mogelijk principe’ toe.
     
  • Verplicht veehouders de zogenoemde 'Best Beschikbare technieken' die geurhinder voorkomen te gebruiken en leg dit vast in vergunningverlening door gemeenten.
    Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van 'luchtwassers'. Dit zijn apparaten die bij veehouderijbedrijven worden geplaatst om de uitstoot van gevaarlijke stoffen en/of stoffen die het milieu aantasten te verminderen. De luchtwassers voorkomen de uitstoot van ammoniak en verminderen daarmee geurhinder.
     
  • Het voorkomen van geurhinder vraagt om goede ruimtelijke ordening: schaf halvering van afstanden tussen woningen en veehouderijen af.
    Gemeenten hebben de mogelijkheid de minimale afstand tussen veehouderijbedrijven en huizen van omwonenden te halveren. De wettelijke afstand van minimaal 100 of 50 meter mag dus gehalveerd worden tot 50 of 25 meter. Zo is het mogelijk dat een veehouderij met diersoorten als varkens, pluimvee, runderen of nertsen, dicht op je woning wordt gebouwd. GGD GHOR Nederland vindt dat de mogelijkheid in de wet voor halvering van deze afstand moet worden geschrapt.

Maatschappelijke discussie: hoeveel gezondheidsrisico’s accepteren we?

Al eerder vroeg GGD GHOR Nederland aandacht voor gezondheid van omwonenden van veehouderijbedrijven. Juli 2016 verscheen het RIVM-onderzoek Veehouderij, Gezondheid en Omwonenden (VGO). GGD GHOR Nederland-voorzitter Tonny van de Vondervoort: “We zouden ons in Nederland de vraag moeten stellen hoeveel gezondheidsrisico’s we acceptabel vinden en wat dit betekent voor de veehouderij zoals die op dit moment wordt uitgevoerd.”

In aanloop naar de wet heeft GGD GHOR Nederland zich ingezet om te zorgen dat ook gezondheid benoemd wordt in de Omgevingswet. Gezondheid en ruimtelijke ordening hebben immers een nauwe relatie tot elkaar en de overheid heeft een gezondheidsbeschermende plicht bij omgevingsbeslissingen. Alle informatie over de Omgevingswet vind je in ons online dossier.
 

Lees het volledige advies en de richtlijn ‘Geurhinder veehouderij’, zoals opgesteld door de GGD’en.

Trefwoord(en): Geurhinder, geur
Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.
Functie(s): Senior communicatieadviseur
Organisatie: GGD GHOR Nederland