Nieuwsbericht

Nog 5102 wachtenden voor u...een blog van de Voorzitter De Geneeskundestudent

Op 30 januari 2017 geplaatst door

Zes jaar lang bloed, zweet en tranen. Dan hét moment: de uitreiking van de artsenbul en het uitspreken van de Eed van Hippocrates. Voor de vele geneeskundestudenten is dit een moment waar ze lang naar uitgekeken hebben. Na jaren hard studeren en lange coschapdagen staan de jonge dokters te trappelen om aan de slag te gaan. Helaas blijken zij niet de enigen en zit een steeds groter wordend aantal basisartsen werkloos thuis. Sinds 2009 is het aantal werkloze basisartsen meer dan verdrievoudigd: van 122 naar 431 hoogopgeleide thuiszitters.

Begin 2016 bleken er 5102 basisartsen te zijn die wensen in opleiding te gaan, maar nog geen plek bemachtigd hebben. In 2009 waren dit nog 3719 basisartsen.1 Het Capaciteitsorgaan verwacht dat dit reservoir alleen nog maar zal toenemen gezien de afname van het aantal plekken voor de vervolgopleiding. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling. Niet alleen voor de arts zelf, die jarenlang tijd en energie investeert in de opleiding om vervolgens niet de gewenste baan te krijgen. Ook de maatschappij lijdt hieronder, aangezien hoogopgeleide, gemotiveerde arbeiders niet op de juiste plek zitten.

Helaas is ook tijdens de studie te merken dat er veel te veel studenten opgeleid worden. Er is nog altijd sprake van lange wachttijden voor de coschappen: sommige studenten moeten wel meer dan een jaar op een plekje wachten. Als ze dan eenmaal aan de coschappen begonnen zijn is de ratio patiënten versus coassistenten af en toe zo scheef dat de secretaresse dagdelen voor zelfstudie inplant. Dit is niet alleen demotiverend voor de coassistent maar tast ook de kwaliteit van de opleiding aan. Daarnaast voelen geneeskundestudenten steeds meer de hevige concurrentiestrijd om een opleidingsplek. Dit resulteert in een toename van stress omdat studenten zich zorgen maken over hun toekomst. Een bepaalde mate van competitie kan stimulerend werken, maar helaas maken de huidige arbeidsmarktperspectieven dat geneeskundestudenten continu druk voelen om te presteren en profileren, ook buiten hun standaardcurriculum. Om op te vallen wordt ‘alleen’ goede cijfers halen niet voldoende geacht en neemt het aantal extracurriculaire activiteiten exponentieel toe.

De instroom van basisartsen ligt, door de zesjarige opleiding, tot ongeveer 2024 al vast. De komende jaren zal de concurrentie dus nog hevig blijken. Maar dit biedt ook kansen. Er is namelijk een grote discrepantie tussen de populariteit van de verschillende vakgebieden. Bij jonge basisartsen (<30 jaar) kiest 68,2 procent voor een medisch specialisme, 22,6 procent heeft de voorkeur voor huisartsgeneeskunde.2 Hiermee blijven de sociale geneeskunde en ouderengeneeskunde ver achter. Zonde, want juist bij deze takken van de geneeskunde liggen mooie uitdagingen in de nabije toekomst. Voor een deel van de studenten ligt de oplossing dus in het verruimen van hun perspectieven.

In het rapport van het Capaciteitsorgaan (2016) wordt opnieuw geadviseerd om de instroom van geneeskundestudenten te verlagen naar 2700. Een advies dat De Geneeskundestudent van harte steunt. Hopelijk willigen de ministeries van OCW en VWS dit verzoek in, zodat het arbeidsperspectief van toekomstige dokters weer gezonde vormen aanneemt.

Claudia van Woerkom
Voorzitter van de Geneeskunde Student

1. http://www.capaciteitsorgaan.nl/wp-content/uploads/2016/10/2016_10_21Capaciteitsplan-2016-Hoofdrapport-DEFINITIEF.pdf

2. http://www.capaciteitsorgaan.nl/wp-content/uploads/2016/10/2016_09_28-2.0-Loopbanen-en-loopbaanwensen-van-basisartsen-meting-2016.pdf

Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.